Het is midden op de dag. We hebben een korte pauze voor we verder gaan. Ik schrijf dit stuk bij het licht van een brandende kaars. We hebben nu tien dagen achter elkaar gelopen, maar het leek alsof we een schim achterna zaten. Af en toe bemerkten we voetsporen, afgebroken takken of een smeulend kampvuur. Maar ondanks die tekenen, was er nergens zicht te bekennen op onze vijand. Juan Serpentjager lijkt het niet te deren. Dagelijks spreekt hij ons toe en vertelt hij dat als de vijand vlucht voor ons, we niets te vrezen zullen hebben. Ik ben blij dat hij goede hoop heeft. Hij weet veel van mijn soldatenbroeders te overtuigen. Ikzelf ben wat sceptischer. Daarbij is het koud en donker. Er komt geen licht in deze vallei. Juan Serpentjager mag aldus zijn volgelingen een brandend licht in de duisternis zijn, maar in de praktijk heb ik nog steeds mijn kaars nodig, haha. Nee, ik had goede moed toen we begonnen. De hele onderneming leek een nobel doel. We hadden zelfs alle landen bijeen gekregen om samen ten strijde te trekken. Nog nooit eerder vertoond.

Ik hoop dat het de andere legers beter vergaat. Er gaan verhalen rond dat Split meer succes heeft gehad in het bergwaartse. Je hoort van heldenverhalen van de Straenks tegen wie geen kracht opgewassen is. Het zal me benieuwen. Ik zou ze graag eens in het echt zien. Ik ben benieuwd of ze zo indrukwekkend zijn als de verhalen gaan. Juan Serpentjager is officieel aanvoerder van de gezamenlijke legermachten. Hij zal tevreden zijn dat het verderop beter gaat. Maar ik had hem, en vooral ook mezelf, wat meer succes gegund. Waar is onze vijand? Lurkend in de Schaduwen… Laten we zien wat morgen brengt…

Yoanno Yakker, voetsoldaat onder de Banier van de Ridders van Berkenheuvel, toegekend aan het Vaandel van de Speer In De Nacht.